Beginnende geletterdheid

Al in de kleuterklas, het moment dat uw kind naar school gaat, komt het in aanraking met letters. In groep één zal er voor u misschien nog niet heel duidelijk met letters bezig worden gegaan, maar in groep twee duidelijk wel. Kinderen leren stapsgewijs de letters van ons alfabet.

Voordat een kind leert lezen en schrijven is het belangrijk dat het een uitgebreide woordenschat heeft opgebouwd. De woordenschat is de basis voor het lezen van hun eerste boekjes.
Voor kinderen in groep 1 en 2 betekent dit dat zij meer dan 1000 woorden moeten kennen. Meer mag altijd! Dit bevordert alleen maar meer het leesonderwijs in groep 3.

Onze praktijk beschikt over een Basiswoordenlijst Amsterdamse Kinderen. Op deze lijst staan alle woorden die een kind moet kennen in groep 1 en 2.
Nu zult u natuurlijk denken: ‘Onze kinderen wonen toch niet in Amsterdam?’ Nee dat klopt, maar toch komen deze woorden grotendeels overeen met de woorden die onze kinderen lezen. Daarbij is deze lijst een referentielijst en geeft dus een houvast voor veel ouders en leerkrachten.

Naast de woordenschat is ook het taalbegrip erg belangrijk. Een kind in groep 2 moet uiteindelijk verschil kunnen maken tussen een eerste en een laatste klank. Hiervoor zijn de begrippen ‘eerste’ en ‘laatste’ erg belangrijk. Ook zult u begrippen horen als: kortste, langste, hakken en plakken, etc.
In de klas zal hier veel aandacht aan besteedt worden. De namen worden op de stoeltjes geschreven, er hangt een lettermuur in de klas, er is gelegenheid om met letters aan de gang te gaan in de schrijf/leeshoek. Dit alles om de geletterdheid bij uw kind te stimuleren.

Wat u thuis kunt doen: veel VOORLEZEN! En natuurlijk een verscheidenheid aan woorden gebruiken zodat uw kind met een uitgebreide woordenschat aan groep 3 kan beginnen.